Laatste blogs  |  Referenties  |  Technieken en begrippen

NLP Technieken en begrippen

Timeline (hNLP)

Negatieve emoties loslaten (hNLP techniek)

Onderstaande procedure geeft je een stappenplan om negatieve emoties te transformeren zonder dat de kans bestaat op een negatieve collapse. Tijdens de traditionele Time line breng je de cliënt terug naar het moment van de gebeurtenis. Er bestaat een risico dat de gebeurtenis direct sterke negatieve emoties oproept dat het daarna moeilijk wordt om deze alsnog om te zetten naar positieve. Met deze hNLP Time line methode bestaat dat risico niet omdat de cliënt in eerste instantie gedissocieerd blijft van de gebeurtenis. Met trauma’s of fobieën kun je deze methode wel toepassen.


Deze methode gaat er vanuit dat de cliënt alle hulpbronnen beschikbaar heeft in het hier en NU. Zijn of haar huidige onderbewuste beschikt over de wijsheid en inzichten die nodig waren op het moment dat de gebeurtenis plaatsvond.

In tegenstelling tot de eerdere Time technieken laat je de cliënt NIET zweven boven de tijdlijn. Wel stel je van te voren vast hoe de tijdlijn van iemand loopt. Waar in de ruimte ligt denkbeeldig het verleden? En waar de toekomst? Vervolgens werk je vanuit het HIER en NU!

De volgende stappen doorloop je na vaststellen waar de betreffende gebeurtenis zich in de ruimte bevindt.

1. “Visualiseer de gebeurtenis op jouw tijdlijn in het verleden, maar blijf in het HIER en NU”. “Hoe ziet de gebeurtenis er van een afstand uit (dissociatief) nu je vanaf het hier en nu naar de gebeurtenis kijkt? Wat zie je? Wat valt je op aan jezelf? Wat doe je wel, wat doe je niet? Hoe voel jij je daar als de jongere jij?”

2. “Kijk nu eens met al je huidige kennis, wijsheid en hulpbronnen naar de situatie, wat heeft de jongere jij daar nodig in die betreffende situatie? Welk gevoel, welke hulpbron, zou de jongere jij helpen om beter met die situatie om te gaan? Welke hulpbronnen in jezelf kun jij in het HIER en NU aanspreken die de jongere jij DAAR nodig had? <laat de cliënt zelf zijn hulpbronnen noemen zoals: veiligheid, liefde, vertrouwen, bescherming, bevestiging, lef, kracht, moed, wijsheid, kennis, etc>”. “Goed zo, blijf maar veilig in het hier en nu terwijl jij de situatie bekijkt.”

3. “Roep in het HIER en NU de eerste hulpbron op in jezelf. Lukt het je om contact te leggen met jouw eerste <hulpbron 1: bv vertrouwen>? Voel nu hoe jij beschikt over oneindig veel <vertrouwen> op dit moment. Laat het door je heen stromen, naar iedere cel van je lichaam. Leg nu vanuit je hart een denkbeeldige hartsverbinding naar de jongere jij.”

4. “Stuur vervolgens oneindig veel <hulpbron 1> naar de jongere jij die zich nog steeds in die situatie begeeft (de gebeurtenis in de ruimte op de tijdslijn).
Wat zie je nu denkbeeldig gebeuren? Wat verandert er nu in die betreffende situatie? Wat verandert er in jouw fysiologie, jouw houding, stemgebruik, of lichaamstaal? Wat voel je nu veranderen in deze situatie? Hoe reageren anderen in die betreffende situatie nu jij over deze hulpbron beschikt?” Moedig de cliënt verder aan zoals “Je doet het geweldig, kijk eens wat er nu gebeurt… wauwww…!”

5. Herhaal stap 3 en stap 4 totdat alle hulpbronnen zijn opgeroepen en gestuurd naar de jongere jij van de cliënt.

6. Stuur nu ook hulpbronnen naar de autoriteit, indien aanwezig, diegene die er voor zorgde dat er negatieve emoties ontstonden in die betreffende gebeurtenis. Dat kan de veroorzaker zijn van de negatieve situatie. Let op: niet iedereen is er aan toe om de veroorzaker te helpen en/of te vergeven. Zo nee, dan laat je deze stap los.

“Nu je ziet dat jij in deze situatie verandert, wat zou de ander (de autoriteit) in die situatie nodig hebben om hier ook beter mee om te kunnen gaan? Welke hulpbronnen zouden hem/haar kunnen helpen? <laat de cliënt zelf hulpbronnen noemen die de autoriteit nodig heeft, bijvoorbeeld: zachtheid, begrip, warmte, liefde, vertrouwen, etc>. Ben je bereid een experiment te doen? Kun jij deze hulpbronnen in jezelf aanroepen voor de autoriteit, dus voor hem of haar? Jouw hulpbronnen waarvan je denkt dat de autoriteit ze nodig heeft om beter met de jongere jij in deze situatie om te gaan?”

7. Herhaal stap 3 en stap 4 voor de autoriteit totdat alle hulpbronnen zijn opgeroepen en gestuurd. Zijn er meerdere autoriteiten dan herhaal je deze stappen voor iedere autoriteit die ook hulpbronnen nodig heeft.

8. Test: “Wat zie je nu veranderen in de totale situatie nu ieder beschikt over de juiste hulpbronnen? Wat gebeurt en met de emotie? Is deze er nu nog steeds? Is de emotie helemaal verdwenen?” Zo nee, ga door met hulpbronnen zoeken en sturen, stap 3 en 4.

9. Gezamenlijk ouder worden op de tijdlijn. “Nu de emoties verdwenen zijn in die situatie laat je zowel de jongere jij als de autoriteit (of meerdere autoriteiten) versneld ouder worden. Kijk eens hoe ze denkbeeldig ontwikkelen naar het HIER en NU. Blijf observeren wat er precies gebeurt? Hoe blijft de verhouding tussen de jongere jij en de autoriteit(en)? Laat ze ontwikkelen totdat ieder in het NU is aangekomen” (Break state).

10. Future pace: (de cliënt is terug in het ‘NU’). “Ik wil dat je de toekomst in gaat naar een niet bepaalde tijd in de toekomst waar je opnieuw met deze autoriteit te maken hebt. Bemerk of je die oude emotie nog kunt voelen of bemerk dat je het niet kunt. OK? Goed, kom terug in het NU.”

N.B.1: Als de emotie niet verdwijnt, herkader
N.B.2: Of herhaal stap 3 en 4 voor je cliënt (hulpbronnen installeren).