Soorten vragen
Vragen zijn het smeermiddel van verbale communicatie. Met de juiste vraag til je een gesprek naar een hoger niveau – met de verkeerde vraag loopt het op de klippen. Hier vind je alle soorten vragen op een rijtje met voorbeelden en kenmerken.
| Voorbeelden | Kenmerk | |
| 1. Gerichte vraag | Hoe laat is het?
|
Korte duidelijke vraag naar feitelijke gegevens. |
| Hoe groot is het verloop? | ||
| Wat is het ziekteverzuim-percentage? | ||
| 2. Open vraag | Wat doet u in zo'n geval? | Vraag naar wat iemand ergens van weet of vindt, waarbij het antwoord geheel open is. |
| Hoe is de sfeer op de afdeling? | ||
| Wat zijn de procedures? | ||
| 3. Gesloten vraag | Bent u een man? | Vraag waarop het antwoord al is ingegeven in de vraag doordat het antwoord alleen ja of nee kan zijn. |
| Is er brand? | ||
| Heb je de computer aan staan?
|
||
| 4. Keuze vraag | Is het wit of zwart?
|
Vraag waarin de mogelijke antwoorden al zijn aangegeven. |
| Bent u ongehuwd, gehuwd, of gescheiden? | ||
| Bent u voor of tegen?
|
|
|
Voorbeelden | Kenmerk |
| 5. Meervoudige vraag |
Aan hoeveel mensen heeft u direct en indirect leiding ? | Vraag waarin meerdere vragen tegelijk liggen besloten. |
| Voer jij functionerings-gesprekken en maak je daar verslag van? | ||
| Wil je koffie of thee en heb je er suiker in? | ||
| 6. Vraag ter verduidelijking (doorvragen) |
Kunt u dat toelichten? | Vraag naar verduidelijking van iets dat de ander ter sprake heeft gebracht. |
| Kunt u een voorbeeld geven? | ||
| Wat bedoelt u precies? | ||
| 7. Suggestieve vraag |
U zult zeker wel denken dat.....?
|
Vraag waarin het antwoord wordt opgedrongen vanuit een veronderstelling. |
| U bent het toch met mij eens dat......? | ||
| Dat vindt u toch ook?
|
||
| 8. Retorische vraag | Zijn wij niet allemaal trots op dit bedrijf? | Een bewering in vraagvorm: antwoord wordt niet verwacht. |
| Moeten wij niet vaststellen dat......? | ||
| 9. Reflecterende vraag |
U bent er niet zo gerust op? | Vraag waarin een indruk wordt samengevat, om te toetsen of men het goed begrepen heeft. |
| U vindt dat het zo goed gaat? | ||
| U bent het daar niet mee eens? |