NLP Technieken en begrippen

Inner Work – Methode

Met Inner Work krijg je inzicht in je denken en besluitvorming. Dit onderzoek bestaat uit twee delen: het deel van je gedachten op papier zetten (het mentale deel) en het stellen van de vragen en de omkering (met het gevoel/hart).

De vragenlijst

De gedachten die we willen onderzoeken schrijven we eerst op omdat onze gedachten elkaar zo snel opvolgen dat we ze niet bij kunnen houden. De ene gedachte is nog niet weg of de volgende staat alweer op de stoep. Het is een permanente file van gedachten in ons hoofd! Als ze op papier staan kunnen we er mee werken.

Voor het opschrijven van je gedachten en overtuigingen kun je van onderstaande vragen gebruik maken. In principe raden we je aan om in het begin niet over jezelf te schrijven. Oordeel de buitenwereld en je komt vanzelf bij jezelf uit. Neem een onderwerp, uit heden of verleden, dat onopgelost voelt.

Wat is belangrijk voor het afmaken van onderstaande zinnen:

  • Redigeer jezelf niet.
  • Schrijf vanuit je hart zonder er al te veel over na te denken.
  • Wees niet aardig, vriendelijk of spiritueel.
  • Wees oordelend, hard en pietluttig. Schrijf zoveel mogelijk in korte zinnen.
  • Schrijf de vijf vragen over één persoon, groep mensen of situatie.

 

De 5 vragen

  1. Van wie of waarvan houd je niet?
    Wie of wat irriteert je?
    Wie of wat maakt je verdrietig of stelt je teleur?

Ik vind (naam) niet aardig, of ik ben boos op, verward, verdrietig, etc. door (naam), omdat ...

Voorbeeld: Ik ben boos op m'n baas omdat hij mij niet de vrijheid geeft die ik nodig heb. Hij zit me voortdurend te controleren. Het irriteert me dat hij me niet vertrouwt. Hij doet alsof ik een groentje ben.

  1. Hoe zou je willen dat die persoon of situatie verandert?
    Wat wil je dat ze doen?

Ik wil dat (naam) ....

Voorbeeld: Ik wil dat m'n baas me vertrouwt en dat hij zich met zichzelf bemoeit. Ik wil dat hij niet ongevraagd feedback geeft. Hij zou me hoger in moeten schatten.

  1. Wat zouden ze juist wel of niet moeten doen, zijn, denken of voelen?
    Wat voor advies zou je willen geven?
    Heb je iets van ze nodig?
    Wat moeten ze jou geven of doen om het jou naar de zin te maken?

(naam of situatie) zou wel/niet of ik heb nodig dat (naam of situatie)

Voorbeeld: M'n baas zou eerst 's moeten zorgen dat hij z'n eigen zaakjes voor elkaar heeft. Ik heb nodig dat hij me waardeert voor het goede werk dat ik voor hem verzet. Hij moet niet denken dat hij het beter kan!

  1. Wat vind je van hem/haar? Maak een lijstje.

(naam of situatie) is …

Voorbeeld: M'n baas is slecht van vertrouwen, egoïstisch, kan moeilijk complimenten geven, kankeraar, charmeur, leugenaar, hypocriet, gierig en energiek.

  1. Wat wil je nooit meer met die persoon, dat ding of in die situatie ervaren?

Ik wil nooit meer of Ik weiger …

Voorbeeld: Ik wil nooit meer dat hij zich met een klus van mij bemoeit waarvan achteraf blijkt dat de klant mijn originele idee beter vond.

Suggesties om over te schrijven

Andere mensenBureaucratie
OverheidMedische wetenschap
RacismeMaatschappij
GeldSeks
VervuilingFamilie
ReligieVerslaving
RelatiesLichaam
Je leidinggevendeEx-geliefden

Of groepen mensen: domme mensen, Maltezen, gehandicapten, artsen, jongeren, criminelen, bijstandsmoeders, Tweede Kamer-leden, rijken, verslaafden, etc.

Het meeste profijt en de grootste vrijheid zul je ervaren door over de mensen in je directe omgeving te schrijven (ouders, kinderen, partner, werkgever).

Het onderzoek

Nu onze gedachten aan het papier zijn toevertrouwd is het tijd om te kijken in hoeverre deze gedachten waarheid in zich dragen. Hiertoe gebruiken we de vier vragen.

  1. Is het waar?
    Kun je absoluut zeker weten dat het waar is?
    Wat is de realiteit, kun jij weten wat zijn/haar hoogste doel dient?
  1. Wat levert deze overtuiging je op?
    Hoe ga je met hem/haar/hen/het om wanneer je aan deze overtuiging vasthoudt?
    Hoe behandel je jezelf als je aan deze overtuiging hecht?
    Hoe voel je je als je aan deze gedachte hecht?
    Zie je een reden om deze overtuiging los te laten en je hoeft 'm niet los te laten?
  2. Zie je één stressvrije reden om deze overtuiging vast te houden?
  3. Wie zou je zonder deze overtuiging zijn?
    Hoe zou je je leven leiden als je niet aan deze overtuiging gehecht was?
    Wie zou je zijn in zijn/haar nabijheid?
    Hoe zou je hem/haar behandelen?

Draai het om!

Bijvoorbeeld:

Ik ben boos op Peter omdat hij zijn medewerkers slecht behandelt:

  • Naar jezelf: Ik ben boos op mezelf omdat ik mezelf slecht behandel.
  • Naar de ander: Ik ben boos op mezelf omdat ik Peter slecht behandel.
    Ik ben boos op mezelf omdat ik de medewerkers van Peter slecht behandel.
    Ik ben boos op mezelf omdat ik mijn eigen medewerkers slecht behandel.
  • Tegenovergesteld: Ik ben niet boos op Peter omdat hij zijn medewerkers slecht behandelt.
    Ik ben niet boos op Peter omdat hij zijn medewerkers niet slecht behandelt.

 

Zijn de omkeringen zeker net zo waar als de originele zin? Als deze vraag met 'nee' wordt beantwoord, stel de vraag dan op een andere manier: Op welke momenten zou jij je eigen medewerkers beter kunnen behandelen?

LET OP: Vraag 4 en 5 hebben een andere benaderingswijze.

Hier volgen we niet de vragen zoals die hierboven staan:

Bij 4 passen we eerst de negatieve omkering toe (voeg 'niet' toe) en dan de omkering naar de persoon zelf.

Bij vraag 5 veranderen we ‘Ik wil nooit meer’ of ‘Ik weiger’ in: Ik ben bereid om... en vervolgens nog in de overtreffende trap daarvan: Ik zie ernaar uit om... De zin zoals die geschreven was blijft precies hetzelfde.

De achterliggende gedachte hierbij is dat het ten eerste hoogstwaarschijnlijk toch wel weer zal gaan gebeuren, al is het niet in je leven dan wel weer in je mind. Het gebeurt, het gebeurt niet, het gebeurt niet, het gebeurt. En als het niet met die persoon is dan wel met een ander. Daarnaast is het zo dat zolang het je nog irriteert, weet je dat je nog werk te doen hebt aan jezelf. De buitenwereld laat je de weg naar binnen zien.